Nooit een rokershoestje. Wel een hartinfarct

Anoniem chatten

Arend Jan werkt al 15 jaar als systeemtherapeut in de verslavingszorg. Elke dag voert hij gesprekken met mensen die worstelen met verslaving. Ziet hij wat het met hun omgeving doet. Tussen die gesprekken door knijpt hij er af en toe tussen uit voor een pauze. Want, Arend Jan heeft zélf ook een verslaving. Hij rookt al 35 jaar. Tot Koningsdag 2017. Toen ging het licht uit.

“Als ik had gerookt waste ik mijn handen. Nam ik een spearmintje. Ik vind dat mensen zelf moeten weten of ze willen roken of niet. Maar, houd het buiten de gesprekskamer. Praten met een cliënt over verslaving terwijl de sigarettenlucht om je heen hangt… dat spoort niet.”

Groepsdruk
Hij begon met roken toen hij een jaar of 16 was. Groepsdruk. Iedereen rookte. Arend Jan had shag gepikt van zijn zwager. Van Nelle. “Je moest er met een stofzuiger aan trekken”, zegt hij lachend. Het was, zoals hij zelf zegt, een andere tijd. “Mijn ouders waren tegen roken. Maar als ze een feestje gaven stond een glaasje met sigaretten op tafel. Een paar met filters, een paar zonder filters, wat sigaartjes voor die ene oom…”

Steeds meer roken
Door de jaren heen ging hij, ongemerkt eigenlijk, steeds meer roken. Toen hij stress op zijn werk kreeg bijvoorbeeld. “Ik moest reizen tussen verschillende locaties. Te veel schakelen tussen verschillende werkzaamheden. Ik wilde dezelfde kwaliteit leveren als altijd. Mijn oplossing was nog harder werken. Ik was eigenlijk heel ontevreden.” 
 
Jij bepaalt niet wat ik moet doen
Ook hij zag natuurlijk wel dat de tijden veranderden. Dat roken steeds meer in een negatief daglicht kwam te staan. Hij herinnert zich een collega die was gestopt met roken en hier een presentatie over gaf. “Ik dacht: Stelletje zeikerds…” Mijn verslaafde brein natuurlijk. Jij bepaalt niet wat ik moet doen. Ik ben ook wel recalcitrant. Als mensen zeiden dat ik geen sigaret moest opsteken stak ik er 3 op, bij wijze van spreken.”  
 
Nooit een rokershoestje
Fysiek ongemak door het roken ondervond hij nauwelijks. “In al die 35 jaar dat ik heb gerookt voelde ik me prima. Ik heb altijd een goede basisconditie gehad. En ook nooit te kampen gehad met een rokershoestje of zoiets.”  
 
Maar toen werd het Koningsdag 2017.   
 
Het licht gaat uit
“Ik had die ochtend met mijn zangeres opgetreden. Dat ging prima. Toen ik thuis kwam zei ik tegen mijn vrouw: “Ik heb een beetje kramp in mijn arm. En in mijn kaken”. Zijn vrouw is meteen alert. Ze klapt de laptop open en zoekt op Google naar ‘kramp in kaken’. Ze raakt verontrust en  zegt dat ze wil bellen met de dokter. Arend Jan loopt naar de wc. En daar, op de wc, houdt zijn herinnering op.

Hij wordt wakker in een ziekenhuisbed. Arend Jan heeft een hartinfarct gehad. Zijn vrouw heeft hem gereanimeerd. Arend Jan is met gillende sirenes naar het ziekenhuis gebracht. Niemand wist óf en hoé hij wakker zou worden. Na een paar dagen ontwaakt hij.  

Nu is het klaar
Het duurt niet lang of het medisch personeel vraagt: "Arend Jan, rook je?. “De verpleegkundige, de arts… iedereen begon er over. En mijn antwoord was: “Ja, ik rook. Maar dat is nu klaar”. Mensen die mij kenden dachten… Ja ja, dat zal wel. Maar ik wíst het gewoon. Ik kon dit niet langer maken naar mijn vrouw en kinderen. En ik zag heel helder… op heel veel dingen heb ik geen invloed. Maar hier heb ik wél invloed op.” Arend Jan heeft dan ook nooit getwijfeld aan de vraag of zijn tabaksverslaving een aandeel heeft gehad in zijn hartinfarct. “Dat is kraakhelder.”

Voor altijd verslaafd 
Het is hem gelukt. Het stoppen met roken. Toen hij op de IC lag was hij lichamelijk al deels afgekickt van de nicotine. Maar dan is het mentale stuk nog niet klaar. “Ik zeg altijd: ik ben geen roker meer. Maar als je mij vraagt of ik nog verslaafd ben aan de nicotine… ja. Misschien blijf ik dat wel altijd.”

Moeilijke momenten zijn er, ruim 2 jaar na het hartinfarct, dan ook genoeg. “Ik moest maandenlang revalideren. Het moest van heel ver komen. Juist toen alles weer een beetje normaal werd kreeg ik gek genoeg weer meer trek. Als ik met mijn band speelde bijvoorbeeld. Tijdens de pauze vroeger was het altijd: Even een peuk roken. Dat kan nu niet meer. Ik sta het mezelf gewoon niet meer toe.”

Alleen tijdens het jaarlijkse Pinkpop-weekend met vrienden maakt hij een uitzondering. “Dat is mijn weekend. Dan mag ik even helemaal los. Zoveel roken als ik wil. Man, dat is zó lekker. Maar op maandag is het dan weer klaar.” 
 
Ervaring functioneel inzetten
Een alom bekende gedachte in de verslavingszorg is juist dat je niet af en toe nog eentje kunt drinken of roken. “Als ik een ding heb geleerd is dat wat voor de één werkt, voor de ander niet goed hoeft uit te pakken. Het is echt je eigen zoektocht. Dat is ook wat ik mijn cliënten probeer mee te geven.”

Zijn eigen ervaring komt dan ook regelmatig van pas in het contact met cliënten. “Soms laat ik iets over mezelf los. Als een cliënt vertelt in wat voor proces hij zit en ik herken dingen. Ik zet het functioneel in.” 
 
Bezinning in jezelf
“Zo weet ik uit ervaring dat het niet helpt als mensen je iets opleggen. Je moet zélf een keuze maken. Ik vraag altijd: welke kompaskoers wil je volgen? Wat je doet kan iets anders zijn en ligt nog in de toekomst. Maar wat zou je willen? Het gaat om bezinning in jezelf. Als het antwoord is dat je wilt zuipen is dat ook prima. Maar dan hoeven we niet cognitieve gedragstherapie en alles op te starten.” 
 
Eerlijk naar jezelf kijken
“Iets anders wat ik cliënten meegeef is de vraag of ze bereid zijn om eerlijk naar zichzelf te kijken. Kijk eens in de spiegel. Ik vergeet nooit weer dat ik een keer op een ochtend om 09:00 op het voetbalveld stond. Mijn zoontje speelde in de E-tjes. Ik had mezelf weer eens voorgenomen dat ik wilde stoppen met die sigaretten. Maar dat ik wel af en toe een sigaar mocht. Ik hoor het mezelf nog zeggen tegen een andere vader: “Ja, ik ben gestopt met roken maar rook af en toe nog een sigaar”. Toen dacht ik bij mezelf: “Wat sta jij nou te lullen man? ‘s Ochtends 9 uur met een sigaar in je mond?”.” 
 
Niet zo lollig
Is dat wat Arend Jan mensen die roken wil meegeven? Eerlijk naar jezelf kijken? “Tsja, ik ben niet zo’n fanatieke ex-roker die anderen wil vertellen wat ze moeten doen”. Peinzend: “Kijk, roken is niet gezond. En ik kan het weten want ik heb op het randje van de dood gezweefd. Maar het punt is… dat weten rokers wel. Als roker heb je vaak een excuus. Ja, maar ik sport meer dan Arend Jan. Ja, maar misschien heb ik wel een sterker hart dan Arend Jan. Zelf zei ik vaak: “Ik heb stress dus het is nu geen goed moment om te stoppen”. Maar goed, het juiste moment om te stoppen komt nooit. Op een gegeven moment is het gewoon afgelopen. De dood is niet zo lollig. Ik ben er te dichtbij geweest. En ik merk elke dag de gevolgen. Verminderde concentratie, slechtere coördinatie, eerder vermoeid…” 
 
“Meneer, u bent hartpatiënt”
Al is het, óndanks de gevolgen die hij elke dag ervaart, nog steeds onwerkelijk voor Arend Jan dat hij nu hartpatiënt is. “Ik moest op controle bij een verpleegkundige. Ze zei iets in de trant van: “Veel hartpatiënten bla bla bla…”. Ik moest lachen. “Waarom lacht u? ”, vroeg ze. Ik zei: “Ik ben geen hartpatiënt”. En toen deed ze iets wat eigenlijk fantastisch was. Ze legde het dossier neer, keek me aan en hield me de lijst met medicatie voor. “Ziet u deze lijst? Als u geluk heeft gaan er nog 1 of 2 medicijnen van af. Maar aan de rest zit u levenslang vast. U heeft een stent in uw borst. Die blijft ook de rest van uw leven zitten…”

“Meneer, u bent hartpatiënt.”

Geen spijt
Heeft hij spijt? Van dat hij zo lang heeft gerookt? “Spijt, nee… Natuurlijk denk ik wel eens: Het was beter geweest als... Maar nee, spijt ben ik niet echt van.”

“Ik neem mijn verantwoordelijkheid.”

Lees meer over 'Stoppen met roken'.