Verhaal van Wilma

Wilma (55): “Zo’n fonkelend glas witte wijn geeft nét dat beetje glamour.”

“Ik werk in een beroepsgroep waarin het heel normaal is om flink in te nemen én ik heb een mateloos karakter. Die combinatie doet het ‘m. Ik ben producer en regisseur bij een grote publieke omroep, werk sinds mijn 21e bij deze omroep. Het was niet nodig om na een paar glazen te stoppen: ik had nóóit een kater en kon altijd uitstekend functioneren. Dus stond ik bekend als een vrolijke, stevige drinker. Je kent dat wel: opgewonden praten en ondertussen gezellig doortetteren.”

Nu is het genoeg
“Vorig jaar was ik er ineens klaar mee. Ik dronk zeker anderhalf fles wijn per dag. Veel te veel voor iemand van 1.58 meter en 56 kilo. Ik deed dingen die eigenlijk niet konden. Stoer, uitdagend, met wijn op in de auto. Grenzeloos dus. Ik kon er minder goed tegen, lag vaak al om 9 uur in bed. Naast mijn werk kwam er niets meer uit mijn handen.

In november 2012 heb ik op een woensdagochtend VNN gebeld en kreeg een afspraak voor begin januari. Dus in die 6 weken heb ik nog lekker doorgedronken natuurlijk, nú kon het nog!”

Hier hoor ik niet bij
“Ik had mijn eerste afspraak op een maandag in Sneek. In de wachtkamer zag ik mensen  waarvan ik dacht: hier hoor ik niet bij! Gelukkig trof ik een geweldige hulpverlener. ‘Mijn Harry’ noemde ik hem al snel: iemand van mijn leeftijd, met humor. Iemand die me met respect behandelt, mij door heeft en van wanten weet.”

Het dagboekje
“Mijn hulpvraag luidde: mijn drinkgedrag onder controle krijgen, ik wil een sociale drinker worden en niet in mijn eentje dóórdrinken. Vanaf het begin moest ik een dagboekje bijhouden. Dat heb ik maandenlang gedaan en dat blijkt ontzettend belangrijk. Het doet inzien dat je de hele dag bezig bent met drank. Als ik ’s ochtends in de auto stapte, visualiseerde ik de fles witte wijn in de koelkast al die ik ’s avonds kon opentrekken. In het dagboek noteerde ik: datum, tijd, in welke situatie zit ik, wat is mijn gevoel, hoeveel trek heb ik, wat doe ik daarmee? En eens in de 14 dagen besprak ik dat met Harry.

Na een tijdje formuleerden we een opdracht. In één week 5 avonden wel drinken - niet meer dan 3 glazen - en 2 dagen helemaal niets. Daarna 4 wel en 3 dagen niets, enzovoort. 

In april begon Harry over 3 maanden helemáál stoppen, zodat ik erachter zou komen hoe dat voelt. Het duurde even voor ik zo ver was. Eén dag na de viering van mijn 25-jarig jubileum bij de omroep, op 24 mei, ben ik gestopt met drinken. En dat ging hartstikke goed: ik kwam erachter dat helemaal niet drinken makkelijker is, dan een beetje niet drinken. Dat eeuwige onderhandelen met jezelf houdt op. Zo van: vandaag had ik een rotdag, dus mag ik wel een glas extra. Of vandaag ben ik blij, dus… Zó vermoeiend. Als je stopt, is het gewoon: NIET.” 

Ik herken de trek
“3 maanden geen druppel dus. Op 1 augustus ging ik op vakantie en toen mocht het weer. Ik verheugde me er ontzettend op, maar de euforie bleef uit. Niet dat ik er ziek van werd of zo: eigenlijk gebeurde er niets. Maar het bracht wel weer het hele onderhandelingsgedoe op gang. Toch heb ik het nu beter in de hand. Dankzij het dagboekje herken ik de signalen, de trek en weet ik wat ik moet doen. Ik zit niet zoals voorheen elke avond achter mijn laptopje met een glas binnen handbereik. Ik zit bewust in de voorkamer, heb de TV aan en zorg dat mijn handen met iets anders bezig zijn.”

Zoek hulp!
“Ik heb mijn doel bereikt: ik ben nu een sociale drinker. Op zich zijn die 3 maanden zonder drank me goed bevallen, maar ik had het zó gehad met die eeuwige frisjes en water. Zo’n fonkelend glas witte wijn geeft nét dat beetje glamour, dat wil ik niet kwijt. 3  is mijn max, dan stop ik. Soms heb ik na een half of een glas al genoeg. Het gaat me vrij gemakkelijk af. 

In het najaar hebben Harry en ik de gesprekken afgesloten, maar ik mag bellen als ik behoefte heb. Ik sluit zeker niet uit dat ik dat nog wel eens zal doen. Ik weet dat ik niet iemand ben die gewoon wat alcohol nuttigt, ik ben een drinker.

Veel mensen, vooral van mijn generatie, hebben problemen met drank. Ik ken er heel wat. Wij zijn niet van een zwakke, mindere soort. Dat beeld klopt niet, we functioneren normaal. Ik schaam me niet. Ik vertel mijn verhaal omdat dit iedereen kan overkomen. Mijn advies: zoek alsjeblieft hulp! Weet je, ik ging met plezier naar die gesprekken. In mijn eentje was het me nooit gelukt.” 

(Uit privacyoverwegingen is de naam Wilma en de afbeelding gefingeerd.)